|
Gitaarspelen 1 |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tonen. Tonen
(noten) geven de melodie aan. Tonen
maken een toonladder. A – B
- C -
D - E - F - G - A Een chromatische toonladder heeft hele en ½ tonen; # = een
kruis (is), ½ toon omhoog; A - A# - B – C - C# - D - D# - E – F - F# - G - G# -
A. Je ziet,
dat er tussen de B en C en de E en F
altijd al een ½ toon zit. Je
spreekt uit: A – Ais
– B – C – Cis – D – Dis – E – F – Fis – G – Gis- A Een
teken voor een ½ toon omlaag zit niet echt in word.
Ik draai
de toonladder om en voeg verlaagde noten toe. A – Ab – G – Gb – F – E – Eb – D – Db – C – B – Bb –
A Uitgesproken: A – As – G – Ges – F – E – Es – D – Des – C – Bes –
A In de
gitaarwereld worden in de omgaan meestal gesproken van: A – Bes – B – C – Cis – D – Dis – E – F – Fis – G –
As De diatonische
toonladder. De
afstand tussen de tonen. Op de
gitaar: een hele toon = 2 vakjes, een ½ toon = 1 vakje. | 1 | 1|
½| 1| 1| 1|1|½| Speel je
dit op de onderste dunne snaar, krijg je een toonladder in E. De
onderste snaar is een E-snaar: 1 ste snaar. E – Fis – Gis – A – B – Cis – Dis – E Om een
E-toonladder te maken, heb je kruizen en mollen nodig. Speel
dit op alle snaren. De 2 de
snaar; de B-snaar. De 3 de
snaar; de G-snaar. De 4 de
snaar; de D-snaar. De 5 de
snaar; de A-snaar. De 6 de
snaar; de E-snaar. Schrijf
de noten op. De
toonladder in C bevat geen mollen en kruizen. C – D –
E – F – G – B – C (de E en F zijn al ½ tonen). Tonen, namen en akkoorden
Een akkoord bestaat uit 3 tonen of meer. Een
majeurakkoord = 1 + 3 + 5 Het
E-akkoord = E + Gis (As) + B
De toonsoort van een melodie wordt aangegeven met de
grondtoon. Om een
melodie te begeleiden heb je meestal meerdere akkoorden nodig. De
akkoorden worden achter elkaar gespeeld; de akkoordenprogressie. Bluesmuziek
gebruikt o.a. de volgende progressie: | 1| | 4| 1| | 5| 4|
1| Van
akkoord 1 overgaan (in het Engels change) naar 4, terug naar 1. Overgaan naar
5 en 4 en weer terug naar 1. Wanneer
je van akkoord verandert, is gevoel en luisteren naar de muziek. Voor een
blues in E heb je een akkoord in de 4 de trap nodig. Dat is een A. En één
in de 5 de trap, dat is een B (in dit geval neem ik de vaak gebruikte B7). Bluesprogressie in E.
Tussen
de coupletten wordt vaak een tussenstuk gespeeld; de Turn
Around (TA). In het
onderstaande voorbeeld wordt daarvoor de B7 gebruikt. Ook heeft een muziekstuk
een pauze (daar waar de muziek even stopt). In het Engels een Break. Klik
onderstaande link voor: I feel so good
(Big Bill Broonzy, GBB) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Xtra |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||